Zeg, lees jij vrouwen of mannen?

De Volkskrant publiceerde afgelopen zaterdag een artikel waarin Nederlandse auteurs de vraag beantwoordden: lees je vooral mannen of vrouwen? Aaf Brandt Corstius schreef het inleidende artikel waarin ze vertelde dat ze bijna uitsluitend vrouwen leest. Wanneer ze een boek oppakt in een boekenwinkel die door een man is geschreven, adviseert haar vriend deze maar weer weg te leggen: dat gaat ze toch niet lezen. Mijn nieuwste boeken zijn vooral van vrouwen. Dat is omdat ik me het afgelopen jaar meer bewust ben geworden van het veel komend seksisme in de (Nederlandse) literatuur. Daar knap ik tijdens het lezen gelijk op af. Maar mijn boekenkast bestaat natuurlijk langer dan een jaar en ook ik ging kijken: lees is voornamelijk vrouwen of mannen?

Eerlijk is eerlijk: ik schrok wel even na het tellen. Mijn boekenkast bestaat uit bijna dubbel zo veel mannelijke auteurs dan vrouwelijke. Ik ga mijn boeken nog eens af en het valt me op dat de mannelijke auteurs bijna allemaal oude Nederlandse rotten zijn: Wolkers, Van Dis, Geert Mak. Er staan een hoop boeken tussen die ik voor de lerarenopleiding Nederland heb gekocht: Peter Buwalda, Dimitri Verhulst, Jan Siebelink. Voor die opleiding heb ik geen enkel boek van een vrouwelijke auteur (hoeven) kopen. Daar was ik me toen wel bewust van, maar toch ging ik er niet anders van lezen. Het idee dat er minder goede literaire werken van vrouwelijke Nederlandse auteurs waren zat genesteld in mijn hoofd. Meer dan Tessa de Loo, Hella S. Haasse en Connie Palmen kon ik niet opnoemen en ik had geen van hen gelezen. Ik werd pas wakker toen ik een minor geschiedenis volgde en deze op alle fronten zo vol testosteron zat dat ik kritisch ging kijken naar alles wat mij op het HBO werd aangeboden. Tijdens de introductie van deze minor zei een mannelijke docent: we hebben nog geen vrouwelijke docenten voor deze minor, maar het biografieproject dat jullie gaan doen heeft wel één vrouw als keuze. Alle vrouwelijke wenkbrauwen (zo'n twintig procent van alle aanwezige wenkbrauwen in het lokaal) gingen omhoog. Ik zat tussen de mannen, over mannen na te denken, terwijl een andere man weer de vragen stelde. Het is onnodig om te zeggen dat ik die ene vrouw heb gekozen voor mijn biografieproject: koningin Victoria. Ik zie mijn rebellie in anders lezen graag als gevolg van mijn weerzeen tegen deze ervaring. Dit ondanks dat deze minor mijn beste ervaring op het HBO is geweest, de kwaliteit van het onderwijs was heel erg goed. Iets wat ik eindeloos zal blijven zeggen is dat de geschiedenis pas representatief wordt als ook vrouwen die gaan vertellen. Dus ook vrouwelijke docenten en vrouwelijke auteurs van de leerstof. Maar goed, dat is niet waar deze column over gaat. Of toch misschien wel een beetje. Het idee dat literatuur door mannen en vrouwen anders is vanwege hun gender is niet iets waar ik graag in meega. Natuurlijk zul je sommige seksistische chliché's alleen in een boek van een wat rijpere man tegenkomen. (Ja, rijp. Dat is ook een scheldwoord voor mannen.) Maar over het algemeen kies ik een boek uit vanwege zijn genre, onderwerp en -als dat van tevoren lukt- literaire kwaliteit. Door slecht geschreven boeken kom ik niet heen en die ervaring is genderonafhankelijk. Reflecteert de inhoud van mijn boekenkast mijn leesliefde? Ik ben bang van niet, er staat nog best wat krinbloopbestendig werk in. Laat ik vooral niet, zoals de mannelijke schrijvers van het Volkskrantartikel, met vrouwelijke namen gooien om te maskeren dat de boekenkast volstaat met mannen. Maar laat ik gewoon eerlijk zijn, mijn boekenkast is in ontwikkeling en ik ben heel lang blind geweest voor seksisme in de literatuur. Creatieve vrijheid, vond ik dat. Nou, daar bedank ik nu voor. Verzin maar iets beters om creatief mee te zijn. Wacht, ik zie nu dat ik Siebelink al naar de kringloop heb gebracht na dat vreselijke boekenweekgeschenk. Ha, kijk: ontwikkeling!